nieuws.jpg

8 april 2008
 
Te weinig wind
Zeelandse Coppensmolen wordt ingrijpend gerestaureerd
 

Het is vele Zeelanders niet ontgaan: de ingrijpende restauratie van de Coppensmolen in Zeeland is gestart. De wieken zijn verdwenen. De molenmaker heeft het hekwerk van de wieken en de windborden verwijderd, zodat alleen nog maar de twee gelaste roeden van 26 meter overbleven. Een enorme kraan trok daarna de ijzeren roeden uit de gietijzeren askop. Daarna moesten de roeden worden vervoerd naar een bedrijf, die een speciale windvang op de roeden gaat maken. Vanwege de lengte moest voor het vervoer over de weg een speciale vergunning worden aangevraagd. Op 26 maart zijn de roeden afgevoerd; de molenromp kaal achterlatend.

Waren de wieken dan zo slecht?
De wieken waren wel aan restauratie toe, echter, dat was niet de reden dat de wieken en roeden ontmanteld moesten worden. De Coppensmolen wordt, door de bebouwing in de directe omgeving, gehinderd in de windvang. Daarnaast zijn de bomen op een afstand van honderd meter dusdanig gegroeid, dat de windvang vanuit het zuidwesten en westen als belabberd gekenschetst kan worden. In het jaarverslag 2007 van de Coppensmolen werd melding gemaakt, dat de molen teveel last van windbelemmerende objecten heeft, aan de zuid en westkant. Het afgelopen jaar is 66 procent van de wind juist uit deze richting gekomen. Daarmee werd aangegeven dat een betere windvang noodzakelijk is, om van de Coppensmolen, als een levend en draaiend monument, te kunnen blijven genieten. Door de wieken te voorzien van een stroomlijn, draait de molen meer constant en wordt de windenergie beter omgezet in een draaiende beweging. Met andere woorden: de Coppensmolen kan dan beter draaien, ondanks de belemmeringen in de directe omgeving.

Hoe was het vroeger?
De Coppensmolen is gebouwd in 1883. De molen stond toen buiten de dorpskern, omromgd door weilanden, akkerbouw en korenvelden. De Coppensmolen stond aan de Griendweg (de huidige Kerkstraat), een zandweg die Zeeland verbond met het naburige Reek.
Het deel van Zeeland dat nu Melkpad en Graspeel heet, bestond uit laaggelegen weilanden die in het najaar en in de winter onder water stonden en moeilijk toegankelijk waren. Aan de andere kant van de Griendweg stonden boerderijen met weilanden tot aan het natuurgebied De Maashorst. De Coppensmolen stond geheel vrij van bebouwing en bomen en ving de wind uit alle richtingen. In een straal van honderd meter van de Coppensmolen stonden slechts zeven boerderijen en gebouwen met een gemiddelde hoogte van zes meter. Vóór de boerderijen stonden enkele lei-lindenbomen. In de twintiger en dertiger jaren kwam de Coppensmolen tussen steeds meer objecten te staan in verband met de groei van het dorp. De lintbebouwing, die Kerkstraat Noord karakteriseert, zorgde ervoor dat de molen steeds meer moeite had om met zuidwesten wind (over het dorp) nog te kunnen malen en dat is juist de windrichting die we meestal in Nederland hebben. De windvang van de Coppensmolen moest worden verbeterd, anders stond de molen te vaak stil en kon het graan niet worden gemalen.

Wiekverbetering
De molenaars Coppens waren er zich van bewust dat, wilden zij de Coppensmolen als windgedreven machine handhaven, er wel iets moest gebeuren. De noodzaak om de Coppensmolen als geheel te verbeteren stond buiten kijf. In het begin van de jaren dertig werd door molenbouwkundige C. van Bussel een nieuw wieksysteem ingevoerd rond Weert en Nederweert. Omdat dit goed beviel, werd dit wieksysteem verder ontwikkeld en in Noordoost Brabant ingevoerd. Een systeem dat ook toegepast kon worden op de potroeden van de Coppensmolen. De Coppensmolen is vlak voor de oorlog voorzien van het wieksysteem Bussel. Het aanbrengen van de stroomlijn werd in 1938 gedaan door een ploeg molenmakers, die in loondienst stonden van Van Bussel.

Van Bussels wieksysteem
Bij een Van Busselwiek blijven de roeden gespaard. Drie zijden blijven zelfs zichtbaar. Het conventionele hekwerk blijft in tact. Het aanzicht van de molen verandert niet. De versmalling van de Van Busselwiek ten opzichte van het Oudhollandse systeem is ongeveer 15 procent op de breedte. De zeeg is ook iets minder diep. Toentertijd werden gegalvaniseerde platen gebruikt. De omvangrijke restauratie in 1977 is voor de Coppensmolen helaas niet helemaal naar wens verlopen. Een maalstoel en een steenrondsel werden uit de Coppensmolen verwijderd. Deze zijn in de molen van Van Aarssen aangebracht. De typisch ronde Brabantse molenkap werd een spits toelopend Hollands model. Door geldgebrek werd de stroomlijn verwijderd en werd het Oudhollands model aangebracht. De molen was weer toegankelijk en werd een toeristische attractie. Echter, door het verwijderen van de Van Busselwieken, moet de Coppensmolen heel vaak stil staan en kan er niet meer zo vaak gemalen worden.

Restauratie
"De restauratie van de Van Busselwieken is om verschillende redenen noodzakelijk. De molen wordt weer in de oude glorie hersteld. De Van Busselwiek is een typische wiekvorm die hoort bij de Coppensmolen", vertelt Cees van Dongen, vrijwillige molenaar op de Coppensmolen. "Een tweede reden is dat de ontwikkeling, die de Coppensmolen heeft meegemaakt en die tot een Van Busselwiek leidde, weer eer wordt aangedaan. Maar de belangrijkste reden is dat door de verslechterde biotoop de noodzakelijke wiekverbetering nu nóg belangrijker is, dan in 1938. Zonder een goede windvang kan een molen niet draaien. De ervaringen en de dagelijkse praktijk van het molenonderhoud leren ons, dat het beste onderhoud van een molen is, deze vooral te laten draaien en malen."
De restauratie gaat ongeveer twee maanden duren.

 

Het is vele Zeelanders niet ontgaan: de ingrijpende restauratie van de Coppensmolen in Zeeland is gestart. De wieken zijn verdwenen. De molenmaker heeft het hekwerk van de wieken en de windborden verwijderd, zodat alleen nog maar de twee gelaste roeden van 26 meter overbleven. Een enorme kraan trok daarna de ijzeren roeden uit de gietijzeren askop. Daarna moesten de roeden worden vervoerd naar een bedrijf, die een speciale windvang op de roeden gaat maken. Vanwege de lengte moest voor het vervoer over de weg een speciale vergunning worden aangevraagd. Op 26 maart zijn de roeden afgevoerd; de molenromp kaal achterlatend.

Waren de wieken dan zo slecht?
De wieken waren wel aan restauratie toe, echter, dat was niet de reden dat de wieken en roeden ontmanteld moesten worden. De Coppensmolen wordt, door de bebouwing in de directe omgeving, gehinderd in de windvang. Daarnaast zijn de bomen op een afstand van honderd meter dusdanig gegroeid, dat de windvang vanuit het zuidwesten en westen als belabberd gekenschetst kan worden. In het jaarverslag 2007 van de Coppensmolen werd melding gemaakt, dat de molen teveel last van windbelemmerende objecten heeft, aan de zuid en westkant. Het afgelopen jaar is 66 procent van de wind juist uit deze richting gekomen. Daarmee werd aangegeven dat een betere windvang noodzakelijk is, om van de Coppensmolen, als een levend en draaiend monument, te kunnen blijven genieten. Door de wieken te voorzien van een stroomlijn, draait de molen meer constant en wordt de windenergie beter omgezet in een draaiende beweging. Met andere woorden: de Coppensmolen kan dan beter draaien, ondanks de belemmeringen in de directe omgeving.

Hoe was het vroeger?
De Coppensmolen is gebouwd in 1883. De molen stond toen buiten de dorpskern, omromgd door weilanden, akkerbouw en korenvelden. De Coppensmolen stond aan de Griendweg (de huidige Kerkstraat), een zandweg die Zeeland verbond met het naburige Reek. 
Het deel van Zeeland dat nu Melkpad en Graspeel heet, bestond uit laaggelegen weilanden die in het najaar en in de winter onder water stonden en moeilijk toegankelijk waren. Aan de andere kant van de Griendweg stonden boerderijen met weilanden tot aan het natuurgebied De Maashorst. De Coppensmolen stond geheel vrij van bebouwing en bomen en ving de wind uit alle richtingen. In een straal van honderd meter van de Coppensmolen stonden slechts zeven boerderijen en gebouwen met een gemiddelde hoogte van zes meter. Vóór de boerderijen stonden enkele lei-lindenbomen. In de twintiger en dertiger jaren kwam de Coppensmolen tussen steeds meer objecten te staan in verband met de groei van het dorp. De lintbebouwing, die Kerkstraat Noord karakteriseert, zorgde ervoor dat de molen steeds meer moeite had om met zuidwesten wind (over het dorp) nog te kunnen malen en dat is juist de windrichting die we meestal in Nederland hebben. De windvang van de Coppensmolen moest worden verbeterd, anders stond de molen te vaak stil en kon het graan niet worden gemalen. 

Wiekverbetering
De molenaars Coppens waren er zich van bewust dat, wilden zij de Coppensmolen als windgedreven machine handhaven, er wel iets moest gebeuren. De noodzaak om de Coppensmolen als geheel te verbeteren stond buiten kijf. In het begin van de jaren dertig werd door molenbouwkundige C. van Bussel een nieuw wieksysteem ingevoerd rond Weert en Nederweert. Omdat dit goed beviel, werd dit wieksysteem verder ontwikkeld en in Noordoost Brabant ingevoerd. Een systeem dat ook toegepast kon worden op de potroeden van de Coppensmolen. De Coppensmolen is vlak voor de oorlog voorzien van het wieksysteem Bussel. Het aanbrengen van de stroomlijn werd in 1938 gedaan door een ploeg molenmakers, die in loondienst stonden van Van Bussel. 

Van Bussels wieksysteem
Bij een Van Busselwiek blijven de roeden gespaard. Drie zijden blijven zelfs zichtbaar. Het conventionele hekwerk blijft in tact. Het aanzicht van de molen verandert niet. De versmalling van de Van Busselwiek ten opzichte van het Oudhollandse systeem is ongeveer 15 procent op de breedte. De zeeg is ook iets minder diep. Toentertijd werden gegalvaniseerde platen gebruikt. De omvangrijke restauratie in 1977 is voor de Coppensmolen helaas niet helemaal naar wens verlopen. Een maalstoel en een steenrondsel werden uit de Coppensmolen verwijderd. Deze zijn in de molen van Van Aarssen aangebracht. De typisch ronde Brabantse molenkap werd een spits toelopend Hollands model. Door geldgebrek werd de stroomlijn verwijderd en werd het Oudhollands model aangebracht. De molen was weer toegankelijk en werd een toeristische attractie. Echter, door het verwijderen van de Van Busselwieken, moet de Coppensmolen heel vaak stil staan en kan er niet meer zo vaak gemalen worden.

Restauratie
"De restauratie van de Van Busselwieken is om verschillende redenen noodzakelijk. De molen wordt weer in de oude glorie hersteld. De Van Busselwiek is een typische wiekvorm die hoort bij de Coppensmolen", vertelt Cees van Dongen, vrijwillige molenaar op de Coppensmolen. "Een tweede reden is dat de ontwikkeling, die de Coppensmolen heeft meegemaakt en die tot een Van Busselwiek leidde, weer eer wordt aangedaan. Maar de belangrijkste reden is dat door de verslechterde biotoop de noodzakelijke wiekverbetering nu nóg belangrijker is, dan in 1938. Zonder een goede windvang kan een molen niet draaien. De ervaringen en de dagelijkse praktijk van het molenonderhoud leren ons, dat het beste onderhoud van een molen is, deze vooral te laten draaien en malen."
De restauratie gaat ongeveer twee maanden duren.Het is vele Zeelanders niet ontgaan: de ingrijpende restauratie van de Coppensmolen in Zeeland is gestart. De wieken zijn verdwenen. De molenmaker heeft het hekwerk van de wieken en de windborden verwijderd, zodat alleen nog maar de twee gelaste roeden van 26 meter overbleven. Een enorme kraan trok daarna de ijzeren roeden uit de gietijzeren askop. Daarna moesten de roeden worden vervoerd naar een bedrijf, die een speciale windvang op de roeden gaat maken. Vanwege de lengte moest voor het vervoer over de weg een speciale vergunning worden aangevraagd. Op 26 maart zijn de roeden afgevoerd; de molenromp kaal achterlatend.

Waren de wieken dan zo slecht?
De wieken waren wel aan restauratie toe, echter, dat was niet de reden dat de wieken en roeden ontmanteld moesten worden. De Coppensmolen wordt, door de bebouwing in de directe omgeving, gehinderd in de windvang. Daarnaast zijn de bomen op een afstand van honderd meter dusdanig gegroeid, dat de windvang vanuit het zuidwesten en westen als belabberd gekenschetst kan worden. In het jaarverslag 2007 van de Coppensmolen werd melding gemaakt, dat de molen teveel last van windbelemmerende objecten heeft, aan de zuid en westkant. Het afgelopen jaar is 66 procent van de wind juist uit deze richting gekomen. Daarmee werd aangegeven dat een betere windvang noodzakelijk is, om van de Coppensmolen, als een levend en draaiend monument, te kunnen blijven genieten. Door de wieken te voorzien van een stroomlijn, draait de molen meer constant en wordt de windenergie beter omgezet in een draaiende beweging. Met andere woorden: de Coppensmolen kan dan beter draaien, ondanks de belemmeringen in de directe omgeving.

Hoe was het vroeger?
De Coppensmolen is gebouwd in 1883. De molen stond toen buiten de dorpskern, omromgd door weilanden, akkerbouw en korenvelden. De Coppensmolen stond aan de Griendweg (de huidige Kerkstraat), een zandweg die Zeeland verbond met het naburige Reek. 
Het deel van Zeeland dat nu Melkpad en Graspeel heet, bestond uit laaggelegen weilanden die in het najaar en in de winter onder water stonden en moeilijk toegankelijk waren. Aan de andere kant van de Griendweg stonden boerderijen met weilanden tot aan het natuurgebied De Maashorst. De Coppensmolen stond geheel vrij van bebouwing en bomen en ving de wind uit alle richtingen. In een straal van honderd meter van de Coppensmolen stonden slechts zeven boerderijen en gebouwen met een gemiddelde hoogte van zes meter. Vóór de boerderijen stonden enkele lei-lindenbomen. In de twintiger en dertiger jaren kwam de Coppensmolen tussen steeds meer objecten te staan in verband met de groei van het dorp. De lintbebouwing, die Kerkstraat Noord karakteriseert, zorgde ervoor dat de molen steeds meer moeite had om met zuidwesten wind (over het dorp) nog te kunnen malen en dat is juist de windrichting die we meestal in Nederland hebben. De windvang van de Coppensmolen moest worden verbeterd, anders stond de molen te vaak stil en kon het graan niet worden gemalen. 

Wiekverbetering
De molenaars Coppens waren er zich van bewust dat, wilden zij de Coppensmolen als windgedreven machine handhaven, er wel iets moest gebeuren. De noodzaak om de Coppensmolen als geheel te verbeteren stond buiten kijf. In het begin van de jaren dertig werd door molenbouwkundige C. van Bussel een nieuw wieksysteem ingevoerd rond Weert en Nederweert. Omdat dit goed beviel, werd dit wieksysteem verder ontwikkeld en in Noordoost Brabant ingevoerd. Een systeem dat ook toegepast kon worden op de potroeden van de Coppensmolen. De Coppensmolen is vlak voor de oorlog voorzien van het wieksysteem Bussel. Het aanbrengen van de stroomlijn werd in 1938 gedaan door een ploeg molenmakers, die in loondienst stonden van Van Bussel. 

Van Bussels wieksysteem
Bij een Van Busselwiek blijven de roeden gespaard. Drie zijden blijven zelfs zichtbaar. Het conventionele hekwerk blijft in tact. Het aanzicht van de molen verandert niet. De versmalling van de Van Busselwiek ten opzichte van het Oudhollandse systeem is ongeveer 15 procent op de breedte. De zeeg is ook iets minder diep. Toentertijd werden gegalvaniseerde platen gebruikt. De omvangrijke restauratie in 1977 is voor de Coppensmolen helaas niet helemaal naar wens verlopen. Een maalstoel en een steenrondsel werden uit de Coppensmolen verwijderd. Deze zijn in de molen van Van Aarssen aangebracht. De typisch ronde Brabantse molenkap werd een spits toelopend Hollands model. Door geldgebrek werd de stroomlijn verwijderd en werd het Oudhollands model aangebracht. De molen was weer toegankelijk en werd een toeristische attractie. Echter, door het verwijderen van de Van Busselwieken, moet de Coppensmolen heel vaak stil staan en kan er niet meer zo vaak gemalen worden.

Restauratie
"De restauratie van de Van Busselwieken is om verschillende redenen noodzakelijk. De molen wordt weer in de oude glorie hersteld. De Van Busselwiek is een typische wiekvorm die hoort bij de Coppensmolen", vertelt Cees van Dongen, vrijwillige molenaar op de Coppensmolen. "Een tweede reden is dat de ontwikkeling, die de Coppensmolen heeft meegemaakt en die tot een Van Busselwiek leidde, weer eer wordt aangedaan. Maar de belangrijkste reden is dat door de verslechterde biotoop de noodzakelijke wiekverbetering nu nóg belangrijker is, dan in 1938. Zonder een goede windvang kan een molen niet draaien. De ervaringen en de dagelijkse praktijk van het molenonderhoud leren ons, dat het beste onderhoud van een molen is, deze vooral te laten draaien en malen."
De restauratie gaat ongeveer twee maanden duren.
Het is vele Zeelanders niet ontgaan: de ingrijpende restauratie van de Coppensmolen in Zeeland is gestart. De wieken zijn verdwenen. De molenmaker heeft het hekwerk van de wieken en de windborden verwijderd, zodat alleen nog maar de twee gelaste roeden van 26 meter overbleven. Een enorme kraan trok daarna de ijzeren roeden uit de gietijzeren askop. Daarna moesten de roeden worden vervoerd naar een bedrijf, die een speciale windvang op de roeden gaat maken. Vanwege de lengte moest voor het vervoer over de weg een speciale vergunning worden aangevraagd. Op 26 maart zijn de roeden afgevoerd; de molenromp kaal achterlatend.

Waren de wieken dan zo slecht?
De wieken waren wel aan restauratie toe, echter, dat was niet de reden dat de wieken en roeden ontmanteld moesten worden. De Coppensmolen wordt, door de bebouwing in de directe omgeving, gehinderd in de windvang. Daarnaast zijn de bomen op een afstand van honderd meter dusdanig gegroeid, dat de windvang vanuit het zuidwesten en westen als belabberd gekenschetst kan worden. In het jaarverslag 2007 van de Coppensmolen werd melding gemaakt, dat de molen teveel last van windbelemmerende objecten heeft, aan de zuid en westkant. Het afgelopen jaar is 66 procent van de wind juist uit deze richting gekomen. Daarmee werd aangegeven dat een betere windvang noodzakelijk is, om van de Coppensmolen, als een levend en draaiend monument, te kunnen blijven genieten. Door de wieken te voorzien van een stroomlijn, draait de molen meer constant en wordt de windenergie beter omgezet in een draaiende beweging. Met andere woorden: de Coppensmolen kan dan beter draaien, ondanks de belemmeringen in de directe omgeving.

Hoe was het vroeger?
De Coppensmolen is gebouwd in 1883. De molen stond toen buiten de dorpskern, omromgd door weilanden, akkerbouw en korenvelden. De Coppensmolen stond aan de Griendweg (de huidige Kerkstraat), een zandweg die Zeeland verbond met het naburige Reek. 
Het deel van Zeeland dat nu Melkpad en Graspeel heet, bestond uit laaggelegen weilanden die in het najaar en in de winter onder water stonden en moeilijk toegankelijk waren. Aan de andere kant van de Griendweg stonden boerderijen met weilanden tot aan het natuurgebied De Maashorst. De Coppensmolen stond geheel vrij van bebouwing en bomen en ving de wind uit alle richtingen. In een straal van honderd meter van de Coppensmolen stonden slechts zeven boerderijen en gebouwen met een gemiddelde hoogte van zes meter. Vóór de boerderijen stonden enkele lei-lindenbomen. In de twintiger en dertiger jaren kwam de Coppensmolen tussen steeds meer objecten te staan in verband met de groei van het dorp. De lintbebouwing, die Kerkstraat Noord karakteriseert, zorgde ervoor dat de molen steeds meer moeite had om met zuidwesten wind (over het dorp) nog te kunnen malen en dat is juist de windrichting die we meestal in Nederland hebben. De windvang van de Coppensmolen moest worden verbeterd, anders stond de molen te vaak stil en kon het graan niet worden gemalen. 

Wiekverbetering
De molenaars Coppens waren er zich van bewust dat, wilden zij de Coppensmolen als windgedreven machine handhaven, er wel iets moest gebeuren. De noodzaak om de Coppensmolen als geheel te verbeteren stond buiten kijf. In het begin van de jaren dertig werd door molenbouwkundige C. van Bussel een nieuw wieksysteem ingevoerd rond Weert en Nederweert. Omdat dit goed beviel, werd dit wieksysteem verder ontwikkeld en in Noordoost Brabant ingevoerd. Een systeem dat ook toegepast kon worden op de potroeden van de Coppensmolen. De Coppensmolen is vlak voor de oorlog voorzien van het wieksysteem Bussel. Het aanbrengen van de stroomlijn werd in 1938 gedaan door een ploeg molenmakers, die in loondienst stonden van Van Bussel. 

Van Bussels wieksysteem
Bij een Van Busselwiek blijven de roeden gespaard. Drie zijden blijven zelfs zichtbaar. Het conventionele hekwerk blijft in tact. Het aanzicht van de molen verandert niet. De versmalling van de Van Busselwiek ten opzichte van het Oudhollandse systeem is ongeveer 15 procent op de breedte. De zeeg is ook iets minder diep. Toentertijd werden gegalvaniseerde platen gebruikt. De omvangrijke restauratie in 1977 is voor de Coppensmolen helaas niet helemaal naar wens verlopen. Een maalstoel en een steenrondsel werden uit de Coppensmolen verwijderd. Deze zijn in de molen van Van Aarssen aangebracht. De typisch ronde Brabantse molenkap werd een spits toelopend Hollands model. Door geldgebrek werd de stroomlijn verwijderd en werd het Oudhollands model aangebracht. De molen was weer toegankelijk en werd een toeristische attractie. Echter, door het verwijderen van de Van Busselwieken, moet de Coppensmolen heel vaak stil staan en kan er niet meer zo vaak gemalen worden.

Restauratie
"De restauratie van de Van Busselwieken is om verschillende redenen noodzakelijk. De molen wordt weer in de oude glorie hersteld. De Van Busselwiek is een typische wiekvorm die hoort bij de Coppensmolen", vertelt Cees van Dongen, vrijwillige molenaar op de Coppensmolen. "Een tweede reden is dat de ontwikkeling, die de Coppensmolen heeft meegemaakt en die tot een Van Busselwiek leidde, weer eer wordt aangedaan. Maar de belangrijkste reden is dat door de verslechterde biotoop de noodzakelijke wiekverbetering nu nóg belangrijker is, dan in 1938. Zonder een goede windvang kan een molen niet draaien. De ervaringen en de dagelijkse praktijk van het molenonderhoud leren ons, dat het beste onderhoud van een molen is, deze vooral te laten draaien en malen."
De restauratie gaat ongeveer twee maanden duren.Het is vele Zeelanders niet ontgaan: de ingrijpende restauratie van de Coppensmolen in Zeeland is gestart. De wieken zijn verdwenen. De molenmaker heeft het hekwerk van de wieken en de windborden verwijderd, zodat alleen nog maar de twee gelaste roeden van 26 meter overbleven. Een enorme kraan trok daarna de ijzeren roeden uit de gietijzeren askop. Daarna moesten de roeden worden vervoerd naar een bedrijf, die een speciale windvang op de roeden gaat maken. Vanwege de lengte moest voor het vervoer over de weg een speciale vergunning worden aangevraagd. Op 26 maart zijn de roeden afgevoerd; de molenromp kaal achterlatend.

Waren de wieken dan zo slecht?
De wieken waren wel aan restauratie toe, echter, dat was niet de reden dat de wieken en roeden ontmanteld moesten worden. De Coppensmolen wordt, door de bebouwing in de directe omgeving, gehinderd in de windvang. Daarnaast zijn de bomen op een afstand van honderd meter dusdanig gegroeid, dat de windvang vanuit het zuidwesten en westen als belabberd gekenschetst kan worden. In het jaarverslag 2007 van de Coppensmolen werd melding gemaakt, dat de molen teveel last van windbelemmerende objecten heeft, aan de zuid en westkant. Het afgelopen jaar is 66 procent van de wind juist uit deze richting gekomen. Daarmee werd aangegeven dat een betere windvang noodzakelijk is, om van de Coppensmolen, als een levend en draaiend monument, te kunnen blijven genieten. Door de wieken te voorzien van een stroomlijn, draait de molen meer constant en wordt de windenergie beter omgezet in een draaiende beweging. Met andere woorden: de Coppensmolen kan dan beter draaien, ondanks de belemmeringen in de directe omgeving.

Hoe was het vroeger?
De Coppensmolen is gebouwd in 1883. De molen stond toen buiten de dorpskern, omromgd door weilanden, akkerbouw en korenvelden. De Coppensmolen stond aan de Griendweg (de huidige Kerkstraat), een zandweg die Zeeland verbond met het naburige Reek. 
Het deel van Zeeland dat nu Melkpad en Graspeel heet, bestond uit laaggelegen weilanden die in het najaar en in de winter onder water stonden en moeilijk toegankelijk waren. Aan de andere kant van de Griendweg stonden boerderijen met weilanden tot aan het natuurgebied De Maashorst. De Coppensmolen stond geheel vrij van bebouwing en bomen en ving de wind uit alle richtingen. In een straal van honderd meter van de Coppensmolen stonden slechts zeven boerderijen en gebouwen met een gemiddelde hoogte van zes meter. Vóór de boerderijen stonden enkele lei-lindenbomen. In de twintiger en dertiger jaren kwam de Coppensmolen tussen steeds meer objecten te staan in verband met de groei van het dorp. De lintbebouwing, die Kerkstraat Noord karakteriseert, zorgde ervoor dat de molen steeds meer moeite had om met zuidwesten wind (over het dorp) nog te kunnen malen en dat is juist de windrichting die we meestal in Nederland hebben. De windvang van de Coppensmolen moest worden verbeterd, anders stond de molen te vaak stil en kon het graan niet worden gemalen. 

Wiekverbetering
De molenaars Coppens waren er zich van bewust dat, wilden zij de Coppensmolen als windgedreven machine handhaven, er wel iets moest gebeuren. De noodzaak om de Coppensmolen als geheel te verbeteren stond buiten kijf. In het begin van de jaren dertig werd door molenbouwkundige C. van Bussel een nieuw wieksysteem ingevoerd rond Weert en Nederweert. Omdat dit goed beviel, werd dit wieksysteem verder ontwikkeld en in Noordoost Brabant ingevoerd. Een systeem dat ook toegepast kon worden op de potroeden van de Coppensmolen. De Coppensmolen is vlak voor de oorlog voorzien van het wieksysteem Bussel. Het aanbrengen van de stroomlijn werd in 1938 gedaan door een ploeg molenmakers, die in loondienst stonden van Van Bussel. 

Van Bussels wieksysteem
Bij een Van Busselwiek blijven de roeden gespaard. Drie zijden blijven zelfs zichtbaar. Het conventionele hekwerk blijft in tact. Het aanzicht van de molen verandert niet. De versmalling van de Van Busselwiek ten opzichte van het Oudhollandse systeem is ongeveer 15 procent op de breedte. De zeeg is ook iets minder diep. Toentertijd werden gegalvaniseerde platen gebruikt. De omvangrijke restauratie in 1977 is voor de Coppensmolen helaas niet helemaal naar wens verlopen. Een maalstoel en een steenrondsel werden uit de Coppensmolen verwijderd. Deze zijn in de molen van Van Aarssen aangebracht. De typisch ronde Brabantse molenkap werd een spits toelopend Hollands model. Door geldgebrek werd de stroomlijn verwijderd en werd het Oudhollands model aangebracht. De molen was weer toegankelijk en werd een toeristische attractie. Echter, door het verwijderen van de Van Busselwieken, moet de Coppensmolen heel vaak stil staan en kan er niet meer zo vaak gemalen worden.

Restauratie
"De restauratie van de Van Busselwieken is om verschillende redenen noodzakelijk. De molen wordt weer in de oude glorie hersteld. De Van Busselwiek is een typische wiekvorm die hoort bij de Coppensmolen", vertelt Cees van Dongen, vrijwillige molenaar op de Coppensmolen. "Een tweede reden is dat de ontwikkeling, die de Coppensmolen heeft meegemaakt en die tot een Van Busselwiek leidde, weer eer wordt aangedaan. Maar de belangrijkste reden is dat door de verslechterde biotoop de noodzakelijke wiekverbetering nu nóg belangrijker is, dan in 1938. Zonder een goede windvang kan een molen niet draaien. De ervaringen en de dagelijkse praktijk van het molenonderhoud leren ons, dat het beste onderhoud van een molen is, deze vooral te laten draaien en malen."
De restauratie gaat ongeveer twee maanden duren.
Het is vele Zeelanders niet ontgaan: de ingrijpende restauratie van de Coppensmolen in Zeeland is gestart. De wieken zijn verdwenen. De molenmaker heeft het hekwerk van de wieken en de windborden verwijderd, zodat alleen nog maar de twee gelaste roeden van 26 meter overbleven. Een enorme kraan trok daarna de ijzeren roeden uit de gietijzeren askop. Daarna moesten de roeden worden vervoerd naar een bedrijf, die een speciale windvang op de roeden gaat maken. Vanwege de lengte moest voor het vervoer over de weg een speciale vergunning worden aangevraagd. Op 26 maart zijn de roeden afgevoerd; de molenromp kaal achterlatend.

Waren de wieken dan zo slecht?
De wieken waren wel aan restauratie toe, echter, dat was niet de reden dat de wieken en roeden ontmanteld moesten worden. De Coppensmolen wordt, door de bebouwing in de directe omgeving, gehinderd in de windvang. Daarnaast zijn de bomen op een afstand van honderd meter dusdanig gegroeid, dat de windvang vanuit het zuidwesten en westen als belabberd gekenschetst kan worden. In het jaarverslag 2007 van de Coppensmolen werd melding gemaakt, dat de molen teveel last van windbelemmerende objecten heeft, aan de zuid en westkant. Het afgelopen jaar is 66 procent van de wind juist uit deze richting gekomen. Daarmee werd aangegeven dat een betere windvang noodzakelijk is, om van de Coppensmolen, als een levend en draaiend monument, te kunnen blijven genieten. Door de wieken te voorzien van een stroomlijn, draait de molen meer constant en wordt de windenergie beter omgezet in een draaiende beweging. Met andere woorden: de Coppensmolen kan dan beter draaien, ondanks de belemmeringen in de directe omgeving.

Hoe was het vroeger?
De Coppensmolen is gebouwd in 1883. De molen stond toen buiten de dorpskern, omromgd door weilanden, akkerbouw en korenvelden. De Coppensmolen stond aan de Griendweg (de huidige Kerkstraat), een zandweg die Zeeland verbond met het naburige Reek. 
Het deel van Zeeland dat nu Melkpad en Graspeel heet, bestond uit laaggelegen weilanden die in het najaar en in de winter onder water stonden en moeilijk toegankelijk waren. Aan de andere kant van de Griendweg stonden boerderijen met weilanden tot aan het natuurgebied De Maashorst. De Coppensmolen stond geheel vrij van bebouwing en bomen en ving de wind uit alle richtingen. In een straal van honderd meter van de Coppensmolen stonden slechts zeven boerderijen en gebouwen met een gemiddelde hoogte van zes meter. Vóór de boerderijen stonden enkele lei-lindenbomen. In de twintiger en dertiger jaren kwam de Coppensmolen tussen steeds meer objecten te staan in verband met de groei van het dorp. De lintbebouwing, die Kerkstraat Noord karakteriseert, zorgde ervoor dat de molen steeds meer moeite had om met zuidwesten wind (over het dorp) nog te kunnen malen en dat is juist de windrichting die we meestal in Nederland hebben. De windvang van de Coppensmolen moest worden verbeterd, anders stond de molen te vaak stil en kon het graan niet worden gemalen. 

Wiekverbetering
De molenaars Coppens waren er zich van bewust dat, wilden zij de Coppensmolen als windgedreven machine handhaven, er wel iets moest gebeuren. De noodzaak om de Coppensmolen als geheel te verbeteren stond buiten kijf. In het begin van de jaren dertig werd door molenbouwkundige C. van Bussel een nieuw wieksysteem ingevoerd rond Weert en Nederweert. Omdat dit goed beviel, werd dit wieksysteem verder ontwikkeld en in Noordoost Brabant ingevoerd. Een systeem dat ook toegepast kon worden op de potroeden van de Coppensmolen. De Coppensmolen is vlak voor de oorlog voorzien van het wieksysteem Bussel. Het aanbrengen van de stroomlijn werd in 1938 gedaan door een ploeg molenmakers, die in loondienst stonden van Van Bussel. 

Van Bussels wieksysteem
Bij een Van Busselwiek blijven de roeden gespaard. Drie zijden blijven zelfs zichtbaar. Het conventionele hekwerk blijft in tact. Het aanzicht van de molen verandert niet. De versmalling van de Van Busselwiek ten opzichte van het Oudhollandse systeem is ongeveer 15 procent op de breedte. De zeeg is ook iets minder diep. Toentertijd werden gegalvaniseerde platen gebruikt. De omvangrijke restauratie in 1977 is voor de Coppensmolen helaas niet helemaal naar wens verlopen. Een maalstoel en een steenrondsel werden uit de Coppensmolen verwijderd. Deze zijn in de molen van Van Aarssen aangebracht. De typisch ronde Brabantse molenkap werd een spits toelopend Hollands model. Door geldgebrek werd de stroomlijn verwijderd en werd het Oudhollands model aangebracht. De molen was weer toegankelijk en werd een toeristische attractie. Echter, door het verwijderen van de Van Busselwieken, moet de Coppensmolen heel vaak stil staan en kan er niet meer zo vaak gemalen worden.

Restauratie
"De restauratie van de Van Busselwieken is om verschillende redenen noodzakelijk. De molen wordt weer in de oude glorie hersteld. De Van Busselwiek is een typische wiekvorm die hoort bij de Coppensmolen", vertelt Cees van Dongen, vrijwillige molenaar op de Coppensmolen. "Een tweede reden is dat de ontwikkeling, die de Coppensmolen heeft meegemaakt en die tot een Van Busselwiek leidde, weer eer wordt aangedaan. Maar de belangrijkste reden is dat door de verslechterde biotoop de noodzakelijke wiekverbetering nu nóg belangrijker is, dan in 1938. Zonder een goede windvang kan een molen niet draaien. De ervaringen en de dagelijkse praktijk van het molenonderhoud leren ons, dat het beste onderhoud van een molen is, deze vooral te laten draaien en malen."
De restauratie gaat ongeveer twee maanden duren.Het is vele Zeelanders niet ontgaan: de ingrijpende restauratie van de Coppensmolen in Zeeland is gestart. De wieken zijn verdwenen. De molenmaker heeft het hekwerk van de wieken en de windborden verwijderd, zodat alleen nog maar de twee gelaste roeden van 26 meter overbleven. Een enorme kraan trok daarna de ijzeren roeden uit de gietijzeren askop. Daarna moesten de roeden worden vervoerd naar een bedrijf, die een speciale windvang op de roeden gaat maken. Vanwege de lengte moest voor het vervoer over de weg een speciale vergunning worden aangevraagd. Op 26 maart zijn de roeden afgevoerd; de molenromp kaal achterlatend.

Waren de wieken dan zo slecht?
De wieken waren wel aan restauratie toe, echter, dat was niet de reden dat de wieken en roeden ontmanteld moesten worden. De Coppensmolen wordt, door de bebouwing in de directe omgeving, gehinderd in de windvang. Daarnaast zijn de bomen op een afstand van honderd meter dusdanig gegroeid, dat de windvang vanuit het zuidwesten en westen als belabberd gekenschetst kan worden. In het jaarverslag 2007 van de Coppensmolen werd melding gemaakt, dat de molen teveel last van windbelemmerende objecten heeft, aan de zuid en westkant. Het afgelopen jaar is 66 procent van de wind juist uit deze richting gekomen. Daarmee werd aangegeven dat een betere windvang noodzakelijk is, om van de Coppensmolen, als een levend en draaiend monument, te kunnen blijven genieten. Door de wieken te voorzien van een stroomlijn, draait de molen meer constant en wordt de windenergie beter omgezet in een draaiende beweging. Met andere woorden: de Coppensmolen kan dan beter draaien, ondanks de belemmeringen in de directe omgeving.

Hoe was het vroeger?
De Coppensmolen is gebouwd in 1883. De molen stond toen buiten de dorpskern, omromgd door weilanden, akkerbouw en korenvelden. De Coppensmolen stond aan de Griendweg (de huidige Kerkstraat), een zandweg die Zeeland verbond met het naburige Reek. 
Het deel van Zeeland dat nu Melkpad en Graspeel heet, bestond uit laaggelegen weilanden die in het najaar en in de winter onder water stonden en moeilijk toegankelijk waren. Aan de andere kant van de Griendweg stonden boerderijen met weilanden tot aan het natuurgebied De Maashorst. De Coppensmolen stond geheel vrij van bebouwing en bomen en ving de wind uit alle richtingen. In een straal van honderd meter van de Coppensmolen stonden slechts zeven boerderijen en gebouwen met een gemiddelde hoogte van zes meter. Vóór de boerderijen stonden enkele lei-lindenbomen. In de twintiger en dertiger jaren kwam de Coppensmolen tussen steeds meer objecten te staan in verband met de groei van het dorp. De lintbebouwing, die Kerkstraat Noord karakteriseert, zorgde ervoor dat de molen steeds meer moeite had om met zuidwesten wind (over het dorp) nog te kunnen malen en dat is juist de windrichting die we meestal in Nederland hebben. De windvang van de Coppensmolen moest worden verbeterd, anders stond de molen te vaak stil en kon het graan niet worden gemalen. 

Wiekverbetering
De molenaars Coppens waren er zich van bewust dat, wilden zij de Coppensmolen als windgedreven machine handhaven, er wel iets moest gebeuren. De noodzaak om de Coppensmolen als geheel te verbeteren stond buiten kijf. In het begin van de jaren dertig werd door molenbouwkundige C. van Bussel een nieuw wieksysteem ingevoerd rond Weert en Nederweert. Omdat dit goed beviel, werd dit wieksysteem verder ontwikkeld en in Noordoost Brabant ingevoerd. Een systeem dat ook toegepast kon worden op de potroeden van de Coppensmolen. De Coppensmolen is vlak voor de oorlog voorzien van het wieksysteem Bussel. Het aanbrengen van de stroomlijn werd in 1938 gedaan door een ploeg molenmakers, die in loondienst stonden van Van Bussel. 

Van Bussels wieksysteem
Bij een Van Busselwiek blijven de roeden gespaard. Drie zijden blijven zelfs zichtbaar. Het conventionele hekwerk blijft in tact. Het aanzicht van de molen verandert niet. De versmalling van de Van Busselwiek ten opzichte van het Oudhollandse systeem is ongeveer 15 procent op de breedte. De zeeg is ook iets minder diep. Toentertijd werden gegalvaniseerde platen gebruikt. De omvangrijke restauratie in 1977 is voor de Coppensmolen helaas niet helemaal naar wens verlopen. Een maalstoel en een steenrondsel werden uit de Coppensmolen verwijderd. Deze zijn in de molen van Van Aarssen aangebracht. De typisch ronde Brabantse molenkap werd een spits toelopend Hollands model. Door geldgebrek werd de stroomlijn verwijderd en werd het Oudhollands model aangebracht. De molen was weer toegankelijk en werd een toeristische attractie. Echter, door het verwijderen van de Van Busselwieken, moet de Coppensmolen heel vaak stil staan en kan er niet meer zo vaak gemalen worden.

Restauratie
"De restauratie van de Van Busselwieken is om verschillende redenen noodzakelijk. De molen wordt weer in de oude glorie hersteld. De Van Busselwiek is een typische wiekvorm die hoort bij de Coppensmolen", vertelt Cees van Dongen, vrijwillige molenaar op de Coppensmolen. "Een tweede reden is dat de ontwikkeling, die de Coppensmolen heeft meegemaakt en die tot een Van Busselwiek leidde, weer eer wordt aangedaan. Maar de belangrijkste reden is dat door de verslechterde biotoop de noodzakelijke wiekverbetering nu nóg belangrijker is, dan in 1938. Zonder een goede windvang kan een molen niet draaien. De ervaringen en de dagelijkse praktijk van het molenonderhoud leren ons, dat het beste onderhoud van een molen is, deze vooral te laten draaien en malen."
De restauratie gaat ongeveer twee maanden duren.
Het is vele Zeelanders niet ontgaan: de ingrijpende restauratie van de Coppensmolen in Zeeland is gestart. De wieken zijn verdwenen. De molenmaker heeft het hekwerk van de wieken en de windborden verwijderd, zodat alleen nog maar de twee gelaste roeden van 26 meter overbleven. Een enorme kraan trok daarna de ijzeren roeden uit de gietijzeren askop. Daarna moesten de roeden worden vervoerd naar een bedrijf, die een speciale windvang op de roeden gaat maken. Vanwege de lengte moest voor het vervoer over de weg een speciale vergunning worden aangevraagd. Op 26 maart zijn de roeden afgevoerd; de molenromp kaal achterlatend.

Waren de wieken dan zo slecht?
De wieken waren wel aan restauratie toe, echter, dat was niet de reden dat de wieken en roeden ontmanteld moesten worden. De Coppensmolen wordt, door de bebouwing in de directe omgeving, gehinderd in de windvang. Daarnaast zijn de bomen op een afstand van honderd meter dusdanig gegroeid, dat de windvang vanuit het zuidwesten en westen als belabberd gekenschetst kan worden. In het jaarverslag 2007 van de Coppensmolen werd melding gemaakt, dat de molen teveel last van windbelemmerende objecten heeft, aan de zuid en westkant. Het afgelopen jaar is 66 procent van de wind juist uit deze richting gekomen. Daarmee werd aangegeven dat een betere windvang noodzakelijk is, om van de Coppensmolen, als een levend en draaiend monument, te kunnen blijven genieten. Door de wieken te voorzien van een stroomlijn, draait de molen meer constant en wordt de windenergie beter omgezet in een draaiende beweging. Met andere woorden: de Coppensmolen kan dan beter draaien, ondanks de belemmeringen in de directe omgeving.

Hoe was het vroeger?
De Coppensmolen is gebouwd in 1883. De molen stond toen buiten de dorpskern, omromgd door weilanden, akkerbouw en korenvelden. De Coppensmolen stond aan de Griendweg (de huidige Kerkstraat), een zandweg die Zeeland verbond met het naburige Reek. 
Het deel van Zeeland dat nu Melkpad en Graspeel heet, bestond uit laaggelegen weilanden die in het najaar en in de winter onder water stonden en moeilijk toegankelijk waren. Aan de andere kant van de Griendweg stonden boerderijen met weilanden tot aan het natuurgebied De Maashorst. De Coppensmolen stond geheel vrij van bebouwing en bomen en ving de wind uit alle richtingen. In een straal van honderd meter van de Coppensmolen stonden slechts zeven boerderijen en gebouwen met een gemiddelde hoogte van zes meter. Vóór de boerderijen stonden enkele lei-lindenbomen. In de twintiger en dertiger jaren kwam de Coppensmolen tussen steeds meer objecten te staan in verband met de groei van het dorp. De lintbebouwing, die Kerkstraat Noord karakteriseert, zorgde ervoor dat de molen steeds meer moeite had om met zuidwesten wind (over het dorp) nog te kunnen malen en dat is juist de windrichting die we meestal in Nederland hebben. De windvang van de Coppensmolen moest worden verbeterd, anders stond de molen te vaak stil en kon het graan niet worden gemalen. 

Wiekverbetering
De molenaars Coppens waren er zich van bewust dat, wilden zij de Coppensmolen als windgedreven machine handhaven, er wel iets moest gebeuren. De noodzaak om de Coppensmolen als geheel te verbeteren stond buiten kijf. In het begin van de jaren dertig werd door molenbouwkundige C. van Bussel een nieuw wieksysteem ingevoerd rond Weert en Nederweert. Omdat dit goed beviel, werd dit wieksysteem verder ontwikkeld en in Noordoost Brabant ingevoerd. Een systeem dat ook toegepast kon worden op de potroeden van de Coppensmolen. De Coppensmolen is vlak voor de oorlog voorzien van het wieksysteem Bussel. Het aanbrengen van de stroomlijn werd in 1938 gedaan door een ploeg molenmakers, die in loondienst stonden van Van Bussel. 

Van Bussels wieksysteem
Bij een Van Busselwiek blijven de roeden gespaard. Drie zijden blijven zelfs zichtbaar. Het conventionele hekwerk blijft in tact. Het aanzicht van de molen verandert niet. De versmalling van de Van Busselwiek ten opzichte van het Oudhollandse systeem is ongeveer 15 procent op de breedte. De zeeg is ook iets minder diep. Toentertijd werden gegalvaniseerde platen gebruikt. De omvangrijke restauratie in 1977 is voor de Coppensmolen helaas niet helemaal naar wens verlopen. Een maalstoel en een steenrondsel werden uit de Coppensmolen verwijderd. Deze zijn in de molen van Van Aarssen aangebracht. De typisch ronde Brabantse molenkap werd een spits toelopend Hollands model. Door geldgebrek werd de stroomlijn verwijderd en werd het Oudhollands model aangebracht. De molen was weer toegankelijk en werd een toeristische attractie. Echter, door het verwijderen van de Van Busselwieken, moet de Coppensmolen heel vaak stil staan en kan er niet meer zo vaak gemalen worden.

Restauratie
"De restauratie van de Van Busselwieken is om verschillende redenen noodzakelijk. De molen wordt weer in de oude glorie hersteld. De Van Busselwiek is een typische wiekvorm die hoort bij de Coppensmolen", vertelt Cees van Dongen, vrijwillige molenaar op de Coppensmolen. "Een tweede reden is dat de ontwikkeling, die de Coppensmolen heeft meegemaakt en die tot een Van Busselwiek leidde, weer eer wordt aangedaan. Maar de belangrijkste reden is dat door de verslechterde biotoop de noodzakelijke wiekverbetering nu nóg belangrijker is, dan in 1938. Zonder een goede windvang kan een molen niet draaien. De ervaringen en de dagelijkse praktijk van het molenonderhoud leren ons, dat het beste onderhoud van een molen is, deze vooral te laten draaien en malen."
De restauratie gaat ongeveer twee maanden duren.


 

vorige.gif